Michael Deak 1920-2016

Op 5 september 2016 is op 95-jarige leeftijd Simon Kapteijn overleden, zo bericht zijn familie. Kapteijn, in de literaire wereld beter bekend als Michael Deak, debuteerde in 1946 met de bundel Rederijk bij uitgeverij A.A.M. Stols. Daarna bracht hij nog twee bundels uit, De vrouwenval (Meulenhoff, 1947) en Aphroditis (Holland, 1950). Na die derde bundel hing hij zijn dichtlier aan de wilgen en wijdde zich aan een carrière in de journalistiek; hij werd adjunct-hoofdredacteur van het tijdschrift Avenue.

bogaard_stoottroep_detailDat hij bij de legendarische uitgeverij Stols debuteerde, kwam door het faillissement van een andere uitgeverij. Hij en W..J. van der Molen (1923-2002), als dichtduo opererend onder het pseudoniem Aernout van Leiden, zouden debuteren bij het nationaalsocialistische uitgeefhuis de Amsterdamsche Keurkamer. Door het faillissement van deze door George Kettmann Jr. (1898-1970) gerunde uitgeverij, kort na Dolle Dinsdag, september 1944, is dat werk nooit verschenen; wel werden bij wijze van voorpublicatie enkele gedichten van ‘Aernout van Leiden’ afgedrukt in het in genazificeerde tijdschrift Groot Nederland (mei/juni 1944).

Wie ‘Aernout van Leiden’ was werd pas in 1985 bekend. De samenstellers van de dat jaar in de Koninklijke Bibliotheek gehouden expositie ‘De Nieuwe Orde en de Nederlandse Letterkunde 1940-1945’, ontdekten na uitgebreid archiefonderzoek dat dit Deak en Van der Molen waren. Frank van den Bogaard, een van de samenstellers van de tentoonstelling, benaderde daarop Deak, die in een brief van 14 augustus 1985 met een nogal vreemd verhaal op de proppen kwam.

Hij en Van der Molen zouden aan een SS-poëziewedstrijd hebben meegedaan, waarbij ze in een gedichtencyclus met een soort verborgen verzetsboodschap de SS bespottelijk maakten. En aldus zouden ze met verzen in Groot Nederland beland zijn. Jaren later breidde hij in een Groene Amsterdammer-interview dat verhaal uit met een onverifieerbare en ronduit ongeloofwaardige verzetsdaad.

Aanvankelijk werd aan wat Deak vertelde geloof gehecht. Maar uit nader onderzoek bleek dat er a. nooit zo’n SS-poëziewedstrijd heeft bestaan en b. dat de gedichtencyclus-met-verzetsboodschap nooit in de oorlog is gepubliceerd, wel twee gedichten met een unverfrohren bloed- en bodemteneur. Daarnaast heeft het er alle schijn van dat de gedichtencyclus-met-verzetsboodschap eerst in 1985 geschreven is.

Het is alleen maar te betreuren dat Deak nooit de moed heeft gehad te erkennen dat de gedichten die hij en W.J. van der Molen in 1944 schreven en publiceerden zijn wat ze zijn: gedichten van nationaal-socialistische aard. Deze niet-erkenning en het volhouden dat dit eigenlijk als verzetswerk gezien moet worden brengt met zich mee dat niemand bij machte is deze gedichten af te doen voor wat ze in feite zijn: een stompzinnige jeugdzonde.

Tekening Nico de Haas. Afgedrukt op omslag van: Frank van den Bogaard. Een stoottroep in de letteren. ‘Groot Nederland’, de SS en de Nederlandse literatuur (1942-1944). Stichting Bibliographia Neerlandica, ‘s-Gravenhage, 1987.

Continue reading

Posted in Overlijdensberichten | Leave a comment

‘In agris occupatis’ en twee moorden

greyzone
In 1944 was in Groningen de clandestiene uitgeverij In agris occupatis actief. Clandestien? Ja wis – het was een van de tientallen bibliofiele uitgeverijtjes die zich in 1942-1945 bezig hielden met het vervaardigen van mooi vormgegeven en vaak op exclusief papier gedrukte boekjes, die in kleine oplages op de zwarte markt – of, om ‘t iets chiquer te zeggen,  onder de toonbank – verkocht werden. Met verzet hadden de meeste van deze uitgaves niets van doen – de inhoud was doorgaans volstrekt a-politiek.

Hoe het ook zij: het NPE-lemma over In agris occupatis is nu online:
www.nederlandsepoezie.org/jl/1944/in_agris_occupatis.html

Waarschuwing: het lemma bevat ook informatie over twee moorden.

Tip: bezoek eerst deze webdeelexpositie van de Koninklijke Bibliotheek: Het bijzondere boek in de Tweede Wereldoorlog, om een beter begrip te krijgen van de term ‘clandestiene uitgave’. Die deelexpositie is overigens onderdeel van de Webexpositie Private Press (Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, [2010].

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

Josef Cohen, auteur en mystificateur

cohen_declamator_270Josef Cohen (1886-1965) wordt vooral herinnerd als de man die van 1914-1940 de Groninger Openbare Leeszaal en Bibliotheek de nieuwe tijd in navigeerde. Maar hij staat ook  bekend als miskend en ongelezen auteur. Totaal onterecht: veel van zijn boeken werden destijds herdrukt. Ze  worden momenteel door de Koninklijke Bibliotheek als gratis downloadbare e-boeken opnieuw toegankelijk gemaakt.  Waarom? Wel, simpelweg omdat Josef Cohen een fenomeen was – groter dan hijzelf besefte.

Alles over hem op dit nieuwe NPE-lemma:
www.nederlandsepoezie.org/dichters/c/cohen_josef.html

Bonus! De Groninger Stadshistoricus Beno Hofman wijdde bij het 100-jarig bestaan van de Groninger Openbare Bibliotheek, in 2003, een tv-programma aan Josef Cohen. Dat hij, speciaal voor de lancering van het nieuwe NPE-lemma, online heeft geplaatst. Zie: benohofman.nl/radiotv/benos-stad-over-josef-cohen

Foto: Josef Cohen bij het oefenen van een dichtvooordracht, 1935.

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

J.C. Noordstar / A.J.P. Tammes

noordstar_1924In de dichtwereld was Arnold Tammes (Groningen, 1907 – Amsterdam, 1987) vooral bekend als J.C. Noordstar, de dichter van De zwanen en andere gedichten (1930). Een uiterst zeldzame bundel, die tot de herdruk in 1967 door slecht weinigen gelezen kan zijn – al werden verzen uit het boekje in veel bloemlezingen afgedrukt. Wie J.C. Noordstar zegt, zegt ook Herman Scheltema alias N.E.M. Pareau – samen zaten ze achter de mysterieuze uitgeverij Ebenhaëzer, en samen opereerden ze als dichtend duo in het Groninger studenten- en artistieke leven van ca. 1929-1933.

Maar in de echte-mensenwereld was Arnold Tammes vooral bekend als A.J.P. Tammes, NRC-redacteur (1935-1946) en hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam (1947-1977), tevens voorzitter van de VN-commissie voor internationaal recht (1967-1977). Hij sprak zich regelmatig uit over prangende juridische kwesties – waarvan één op z’n minst opmerkelijk te noemen is: al in 1959 liet hij zich uit over de wetgeving in het heelal.

Meer over hem op het nieuwe NPE-lemma: www.nederlandsepoezie.org/dichters/n/noordstar.html

Foto: Arnold Tammes op 16-jarige leeftijd, februari 1924.
Bron: Beeldbank Groningen.

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

Ab Visser, chroniqueur van de Groninger School

visser_ab_biografie_npeDrie jaar na het verschijnen van de bejubelde  Ab Visser-biografie van Michiel van Diggelen is vandaag het Ab Visser-lemma online gegaan: www.nederlandsepoezie.org/
dichters/v/visser_ab.html

Ab Visser (1913-1982), de ondanks lichamelijke ongemakken en chronisch geldgebrek optimistische veelschrijver en feestganger, alsmede chroniqueur van de Groninger School, was met Victor E. van Vriesland een van de grootleveranciers van literaire anekdotes.

Je zou verwachten dat sedert de verschijning van de biografie niets nieuws meer over Visser te melden zou zijn, maar dat klopt niet helemaal. Want in de biografie werd geen definitief eind gemaakt aan het rare verhaal dat Vissers bloemlezing 25 Jonge Franse dichters (1938) in feite een bundeling eigen gedichten zou zijn, vermomd als poëzie van 25 fictieve Franse poëten.  De biograaf maakte wel aannemelijk dat Visser écht gedichten vertaald had, maar stelde daarbij: “De namen van de dichters zijn fictief.”

Waarop hij dat baseerde is onduidelijk – onderzoek in de catacomben van de  Bibliothèque nationale de France leert dat van deze vijfentwintige jonge Franse poëten tenminste acht écht bestaan hebben en ook boeken hebben uitgebracht. Lees het NPE-onderzoeksverslag, scheur het van uw beeldscherm en bevestig het als inlegvel in uw exemplaar van de biografie (die o.a. hier te bestellen is).

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

N.E.M. Pareau

zz_pierementHij moet een bijzonder mens geweest zijn: N.E.M. Pareau alias Herman Jan Scheltema. Hij liep soms rond met een fietslamp in een van z’n neusgaten, om mensen in de waan te brengen dat hij een reusachtige snottebel had; hij liet angstige studenten plaats nemen op een stoel bekleed met de huid van een gevilde aap, en nam ze daar tentamens af. In 1937 beschreef hij het Nederlandse poëziecircuit als volgt:

De Nederlandsche zangberg is geen aantrekkelijk oord en weinig verhevener dan de hooge berg in het Noorderplantsoen.

Maar ook was hij een van dichters die in de vroege jaren dertig de binnenstad van Groningen onveilig maakte. Met zijn broeders-in-de-poëzie J.C. Noordstar, Halbo C. Kool – ruim tien jaar later een van de oprichters van De Bezige Bij – en de legendarische Herman Poort, die met elkaar opereerden onder de naam ‘Community Singin’, ventte hij tijdens de Groninger meikermis van 1930 met het door H.N. Werkman gedrukte poëzieboekje Pierement. Een van de kopers was de destijds 15-jarige Reinold Kuipers – die later jarenlang uitgeverij De Arbeiderspers zou leiden.

De NPE ontdekte dat Pierement online te vinden is in Het Geheugen van Nederland, net als Pareau’s bundel XXVIII Sonnetten uit 1942. Ook traceerden we een interview met de dichter N.E.M. Pareau, samengesteld door de al even legendarische Johan van der Woude (romanschrijver en vader van Berend Boudewijn).

Zie: nederlandsepoezie.org/dichters/p/pareau.html

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

Dirk Verèl: cultuuraanjager

verel_1967Wie kent hem niet? Dirk Verèl (1892-1971), de dichter van de bundel De eenzame winst (1931). Maar vooral bekend als cultuuraanjager en man die in de jaren dertig aan de wieg stond van ‘De Groninger School’. En tevens een zeer productief regisseur, die een stroom aan hoorspelen via de NCRV-radio op onze voorouders losliet.

Zie het nieuwe NPE-lemma:
www.nederlandsepoezie.org/dichters/v/verel.html

Foto uit: De Telegraaf, 27 juni 1957
Fotograaf onbekend

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

Leonhard Huizinga, generaal Spoor en prins Bernhard

adriaan_en_olivier_7de_druk_250Leonard Huizinga (1906-1980) is vooral bekend als auteur van de romans over de schelmachtige tweeling Adriaan en Olivier, als agressieve Telegraafcolumnist in de jaren zestig en als zoon van de vermaarde historicus Johan Huizinga (1872-1945). Dat Leonhard óók dichter was, weten minder mensen: hij publiceerde drie dichtbundels.

Maar dat al valt in het niet bij zijn rol voor en tijdens de eerste politionele actie, oftewel in de brute oorlog van het Koninkrijk der Nederlanden tegen de naar onafhankelijkheid strevende republiek Indonesië (1947-1949).

Huizinga, die rond 1930 enige tijd als planter in Indië gewerkt had, bracht op het eind van de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) een boekje uit waarin hij een geidealiseerd beeld schetst van het leven in het vooroorlogse Nederlands-Indië. De oorspronkelijke bewoners zet hij weg als kinderen die een sterke vaderhand nodig hebben. Hij pleit dan ook voor een gewapend herstel van de oude koloniale orde.

Direct na de bevrijding werd het boekje, Zes kaarsen voor Indië, in een oplage van 50.000 exemplaren verspreid. Dat het impact had, kan gededuceerd worden uit het gegeven dat Huizinga in november 1945 in een regeringsvliegtuig als speciaal verslaggever voor tal van kranten naar Indië werd overgevlogen.

Bijna twee jaar lang publiceerde hij vanuit Indië een stroom aan pro-Nederlandse propaganda. Waarin hij het had over de zegeningen van het Nederlandse bestuur, de goedheid der Nederlandse strijdkrachten en het in- en in-slechte karakter van de Indonesische republikeinen, die hij bestempelde als ‘aanhangers van het Java-fascisme’, ‘bendeleiders’ en ‘Soekarno’s S.S.-lieden’.

Bij de eerste ‘politionele actie’, in juli 1947, had hij dan ook permissie van generaal Spoor, de opperbevelhebber der Nederlandse strijdkrachten, gekregen om ‘onze jongens’ op missie te vergezellen, zodat hij in de kranten en via de radio kon berichten over het opbouwende werk dat ‘onze jongens’ in Indië verrichten.

Dit al levert een nogal heftig verhaal op, dat te lezen is op het lemma: www.nederlandsepoezie.org/dichters/h/huizinga.html

Met als bonus een lofzang op Prins Bernhard. Maar dit terzijde.
Continue reading

Posted in Algemeen literair nieuws, Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

Max van Bruggen en Bert Nuver, of: de gloedvolle verdediging van Ivo Niehe

bruggen_max-h250 nn_dichter_h250

In hun studententijd waren Max van Bruggen (1911-1997) en Bert Nuver (1911-2007) zeer actief in het literaire circuit van Groningen. Na zijn afstuderen viel Van Bruggen stil als dichter, maar bleef actief op cultureel vlak: hij promoveerde in 1946 op het proefschrift Im Schatten des Nihilismus, over het Duitse expressionisme als uitdrukking van de Duitse mentaliteit. In datzelfde jaar was hij betrokken bij een poging van het Britse Foreign Office Duitse krijgsgevangenen te denazificeren. Van Bruggen was jarenlang directeur van het Goethe Instituut en als leraar Duits heeft hij veel scholieren kennis laten maken met Duitse poëzie. Tegelijkertijd bleef hij pleiten voor een genuanceerde blik op de oosterburen.

Bert Nuver, die in de jaren dertig al een zekere faam had opgebouwd als declamator op de landelijke radio, verbond zich in de Tweede Wereldoorlog aan de genazificeerde Nederlandsche Omroep. Waarschijnlijk is dat de reden waarom hij na de oorlog nauwelijks op cultureel vlak actief was en vooral opereerde als Mr. A.L.H. Nuver. Alhoewel, als fractievoorzitter van de VVD in de gemeenteraad van Nieuwer-Amstel (na 1964 omgedoopt tot Amstelveen), placht hij regelmatig raadsvergaderingen te besluiten met mild-spottende gelegenheidsverzen.

Zijn publieke carrière sloot hij af met een gloedvolle verdediging van Ivo Niehe, in De Telegraaf van 14 december 1989.

Men klikke op hun namen voor verdere informatie.

Foto: Max van Bruggen, 1962. Tekening door J.F. Doeve, 1942.

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment

Sanders, Soepboer en Stuiveling

sanders_suze_foto_a._klunder_150 soepboer_video_150 stuiveling_1932_150

In het kader van het Groninger-dichtersproject presenteren we Suze Sanders (1953), Albertina Soepboer (1969) en Garmt Stuiveling (1907-1985). Om het ingewikkeld te maken:

Suze Sanders werd geboren in Zeeland uit Drentse ouders, woont en werkt in Groningen en schrijft in het Drents en Nederlands. Albertina Soepboer kwam in Friesland ter wereld, studeerde, werkte en woonde in Groningen, remigreerde naar Friesland en schrijft in het Fries en Nederlands.  En Garmt Stuiveling tot slot was Groninger van geboorte en genen, woonde tot z’n 25ste in het Friese Buitenpost, bezocht evenwel de HBS en de universiteit te Groningen, woonde achtereenvolgens in Zuid-Holland en Noord-Holland, en werkte enige tijd in Utrecht.

Men klikke op hun namen voor verdere informatie.

Foto’s: Suze Sanders, 2016 © A. Klunder; Alberina Soepboer, ca. 2012; Garmt Stuiveling ca. 1932.

Continue reading

Posted in Nieuwe NPE-lemma's | Leave a comment