Gevaarlijke gedichten. Kampen, oorlog en poëzie

brandt_binnen_japansch100pxMeerdere van origine Groninger dichters hadden in de Tweede Wereldoorlog met kampen van doen. Twee van hen zijn deze week van een NPE-lemma voorzien. De één, Willem Brandt (1905-1981) overleefde drie jaar Jappenkamp en publiceerde daarover de bundel ‘Binnen Japansch prikkeldraad‘ (1946).

 

 

hitler_mijn_kamp_1ste_druk_1939_hasufali_nl_100De ander, Steven Barends (1915-2008) zag nooit een kamp van binnen. Wel vertaalde hij andermans ‘kamp’ – namelijk Hitlers Mein Kampf. Barends, overtuigd nazi, werkte in 1944-1945 als SS-oorlogsverslaggever aan het front in Italië. Zijn teksten – zowel eigen proza en poëzie, als het door hem vertaalde werk – behoren tot de ‘gevaarlijkste’ die in de 20ste eeuw op literair vlak in Nederland zijn geschreven: ze zetten aan tot haat en moord, en veroorzaakten dat de man na 1945 nooit meer een voet op Nederlandse bodem durfde te zetten, uit angst voor jarenlange opsluiting. Pas als hoopje as keerde hij terug.

Continue reading

Posted in Algemeen poëzienieuws, Tweede Wereldoorlogspoëzie | Leave a comment

Hoe het óók kan: een rechtdoorzee inleiding

spiegel_1979_npe125Mogelijke poëzieliefhebbers worden vaak van de dichtkunst weggejaagd door de bizarre inleidingen, waarmee sommige bloemlezers hun poëmentuiltjes beginnen. Of ze kiezen voor oeverloos gezever, of voor puur gebral, of voor onnavolgbaar geraaskal. Waarom? Joost mag het weten.

Want het kan ook anders: door de lezer bondig te vertellen hoe je te werk bent gegaan, en waarom. Zoals Hans Warren dat deed, in de inleiding bij de eerste door hem samengestelde editie van de Spiegel van de Nederlandse Poëzie in 1979.

Die inleiding staat nu online: www.nederlandsepoezie.org/jl/1979/zz_spiegel_voorwoord.pdf

Opdat alle komende bloemlezers er van leren.

Continue reading

Posted in Algemeen poëzienieuws, Bloemlezingen | Leave a comment

Spiegel zoekt uitgeverij

zz_spiegel_7de_ed_npe125Het Nederlandse taalgebied kende jarenlang twee grote overzichtsbloemlezingen: De Spiegel van de Nederlandse poëzie (sedert 1939) en De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw (sedert 1979, ook bekend als de Dikke Komrij). Van beide werken kwamen de laatste bijgegewerkte edities in respectievelijk 2005 en 2004 uit.

Afgelopen vrijdag verscheen de door Ilja Leonard Pfeijffer samengestelde overzichtsbloemlezing De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, als opvolger van de Dikke Komrij.

Dat roept natuurlijk de vraag op: wat gaat er gebeuren met De Spiegel? De NPE informeerde bij Mario Molegraaf, die met Hans Warren ruim twintig jaar de koers van de door Victor E. Vriesland gelanceerde oceaanstomer der Nederlandstalige poëzie bepaalde.

NPE: “Meneer Molegraaf, wanneer verschijnt de vernieuwde Spiegel?”

Mario Molegraaf: “Ik zin op een nieuwe editie en heb ook alle ontwikkelingen bijgehouden, maar concrete plannen zijn er nog niet. ‘Mijn’ huidige uitgeverij is Prometheus, maar omdat de Spiegel een concurrent is (en moet zijn) van Pfeijffers anthologie [ook bij Prometheus – NPE] zullen we een andere kant op moeten.”

NPE: “Welke uitgeverij zoekt u als thuishaven?”

Molegraaf: “Het mooiste zou zijn als de situatie van vroeger terugkeert en Meulenhoff zich weer over het geheel ontfermt. Maar iedere uitgever kan zich bij me melden! Bij de vorige uitgever Balans is, laten we zeggen, de balans een heel andere kant opgegaan dan de literatuur en de poëzie.”

NPE: “Bij welk jaar zou de nieuwe Spiegeleditie moeten beginnen? Bij 1900, bij 1950, bij 2000 wellicht?”

Molegraaf: “Het is geen goed idee om met een stokstijf jaartal te beginnen. De laatste Spiegel opent met Gezelle en dat lijkt me voor herhaling vatbaar. Probleem is alleen de steeds uitdijende omvang, de Spiegel moet een overzicht bieden en dus overzichtelijk blijven.

NPE: “Wat is er eigenlijk na Hans Warrens overlijden precies gebeurd met de Spiegel?”

Molegraaf: “Hans Warrens ‘rechten’ op de Spiegel zijn op mij overgegaan. Al heel kort na zijn dood is het volgende herenakkoord gesloten: ik zou Meulenhoffs Dagkalender blijven maken (wat ook enige jaren is gebeurd), in overleg met mij zou een nieuwe Spiegel-maker worden aangewezen (de gedachten gingen uit naar Pfeijffer). Maar toen kwam er een dame op de proppen: de toenmalige Meulenhoff-uitgeefster besloot de afspraken over de poëziedagkalender te negeren. Waarop ik besloot – ook al om de Spiegel (na de succesvolle zesde editie uit 1992) levend te houden – zelf een nieuwe editie te maken – dat werd de editie 2005.”

NPE: “Heeft Hans Warren zich ooit uitgelaten over de lange termijn-toekomst van De Spiegel?”

Molegraaf: “Hij heeft zich nooit uitgelaten over een opvolger, maar boeken als deze maakten we samen. Daarom voel ik me een logische opvolger. Ik ben me er uiteraard van bewust dat in Nederland dit soort bloemlezingen doorgaans gemaakt wordt door mensen die zelf dichter zijn. Dat ben ik nadrukkelijk niet, ik ben een volger van de vaderlandse poëzie. Wat volgens mij – enhopelijk niet alleen volgens mij – voordelen heeft. Een bloemlezing als deze moet neutraal zijn (wat iets heel anders is dan kleurloos) en iedere schijn van een eigen programma uitdragen (wat bij een dichter als samensteller al snel dreigt) dient te worden vermeden.”

NPE: “Wat vindt u van Ilja Pfeijffers bloemlezing?

Molegraaf: “Voor een beginner als Pfeijffer verdienstelijk. Zoiets omvangrijks kan nooit in één keer raak zijn. Het rijtje ‘vergeten’ dichters is een beetje penibel: Elsschot, Reve enzovoort. Het allerergste is het ontbreken van Augusta Peaux, nu net een dichteres die alles belichaamt waarvoor Pfeijffer in zijn inleiding pleit, denk aan haar oorlogsgedicht ‘Op de verbrande hoeven melden de hanen den dag’. De overdaad aan ‘eentjes’ (dichters met één gedicht) schaadt. Bizar is de alles overwoekerende voorkeur voor liedteksten. Kortom: een zes met een niet eens al te lange min.”
Continue reading

Posted in Algemeen poëzienieuws, Bloemlezingen | Leave a comment

Ilja Leonard Pfeijffer leest bloem, maar dan anders

spiegel_fotocollage_breedAfgelopen vrijdag verscheen De Nederlandse Poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, de door Ilja Leonard Pfeijffer compleet herziene editie van de Dikke Komrij.

Nu waren de door Gerrit Komrij samengestelde Dikke Komrij en Victor E. van Vrieslands monumentale bloemlezingenreeks Spiegel van de Nederlandse poëzie óók literatuurhistorische bloemlezingen. De vraag is of Pfeijffers bloemlezing dat ook is, of toch vooral gezien moet worden als een hoogstpersoonlijke keuze, zonder blijvende waarde.

De afwezigheid van werk van tientallen zeer bekende en van honderden bekendere twintigste en eenentwintigste eeuwse Nederlandstalige dichters doet dat laatste bevroeden. Ook de ruime aanwezigheid van kinderliedjes uit Pfeijffers jeugdjaren en de vele gedichten die over het dichten, dichters en andere rijmophopingen handelen, wijzen daar op.

Tenminste drie dichters zeiden': ‘Njet!’ Huub Beurskens (die hier toont hoe), Tjitske Jansen en Willem van Toorn hebben expliciteit geweigerd aan Pfeijffers bloemlezing mee te werken. Een gegeven waarover de bloemlezer in alle talen zwijgt.

Zie verder:

The Post Online –  Is Ilja Leonard Pfeijffer dé opvolger van De Spiegel en De Dikke Komrij?
(en nee, de Zwepen achter de Slaven berust niet op een tikfout).
NPEDe Nederlandse Poëzie van de twintigse en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten
NPE: Achtergrondinformatie bij Ilja Leonard Pfeijffers bloemlezing

En verwacht: een bespreking door Hans Puper op Meander

Continue reading

Posted in Algemeen poëzienieuws, Bloemlezingen | Leave a comment

Hubert van Herreweghen (96) overleden

De  Vlaamse dichter, bloemlezer en televisiepionier Hubert van Herrweghen is niet meer. Van Herreweghen, geboren op 16 februari 1920 te Pamel, overleed op vrijdag 4 november 2016 te Dilbeek.  In Nederland was hij vooral bekend als (mede)samensteller van de bloemlezingenreeks Gedichten.

Zie:

Schrijversgewijs.beHubert van Herreweghen
De MorgenDichter en BRT-icoon Hubert Van Herreweghen overleden
De StandaardVlaamse dichter Hubert van Herreweghen overleden

DBNL: Hubert van Herreweghen
RTDichter en televisiepionier Hubert van Herreweghen overleden

Continue reading

Posted in Overlijdensberichten | Leave a comment

Literaire voordrachten in de 19de eeuw: “Lezingen aanhooren is nog altijd een Nederlandsch wintervermaak”

Dat gedurende de gehele 20ste eeuw Nederlandse en Vlaamse dichters en prozaïsten op de planken stonden en hun geesteskinderen voordroegen is een hard historisch gegeven. Dat dit eerst vanaf 1966 geschiedde berust op een door een gebrek aan historisch benul veroorzaakt misverstand.

Op de NPE-afdeling ‘Poëzie op podia‘ is te zien welke poëten waar – en soms ook hoe – in de 20ste en 21ste eeuw uit eigen werk voordroegen, en welke declamatoren destijds andermans verzen te gelde maakten.

Het publiekelijk voordragen van poëzie en andere literaire werken begon natuurlijk niet op 1 januari 1900. We weten dat er in de klassieke tijd poëzie werd voorgedragen. Daarin hadden de Grieken en Romeinen geen primeur: hoewel concreet bewijs ontbreekt, kan gesteld worden dat poëzievoordracht even oud is als poëzie zelf – de geboortedatum zal ergens in de prehistorie liggen.

fragment_dichtregels_enheduannaOp de afbeelding links een fragment van een kleitablet met dichtregels toegeschreven aan de Sumerische dichteres Enheduanna, de eerst met naam bekende dichteres uit de geschiedenis. Zij leefde omstreeks 2300 voor Christus. Of ze dit gedicht vanaf het tablet voordroeg of uit het hoofd is onbekend – maar dit terzijde.

 

 

Wintervermaak

Voor voordrachten in de 19de eeuw is evenwel héél veel hard bewijs voorhanden. Zoals dit bericht, uit de Java-Bode van 24 februari 1869:

“Lezingen aanhooren is nog altijd een Nederlandsch wintervermaak. Cremer [J.J. Cremer, 1827-1880] leest zijn Anna-Rooze voor; Van Beers [Jan van Beers, 1821-1888] geeft eene novelle in verzen, getiteld Begga, een verhaal uit het vlaamsche volksleven, dat gaarne gehoord wordt; Beets [Nicolaas Beets, [1814- 1903] plukt lauweren van zijne verhandeling over Van Lennep ; Ten Kate [J.J.L. ten Kate, 1819-1889] reist met zijn “Planeten” rond; verzen, gemaakt van toespelingen op den mythologischen naam, op het uiterlijk voorkomen en op hetgeen de astronomie leert van verschillende hemelligchamen. Zaalberg [?-?] leest ook. Te Rotterdam en te Utrecht heeft hij maar een schaarsch gehoor gevonden. Multatuli [a.k.a. Eduard Douwes Dekker, 1820-1887], die al zoo veel te dragen heeft, draagt thans ook nog zijn dramatische fragmenten rond. Et voilà comme on s’amuse. De muziek levert weinig bijzonders dezen winter.

Multatuli

Over Multatuli gesproken: in 1878-1880 gaf hij tal van voordrachten, doorheen het land. Over hoe hij sprak en hoe hij zich tijdens voordrachten gedroeg, was de pers destijds niet altijd even amused:

[Over een voordracht te Amsterdam, 1878] “Stampvol was de ruime zaal van het Maison Wackwitz, toen gisteravond de heer Douwes Dekker als spreker optrad. Een uur te voren waren, zoo niet alle, toch zeer zeker de beste plaatsen bezet. (…) Spirit zat er heel weinig in de rede; ‘t was een hekelen om geld te slaan, ik betreur het zeer, dat een begaafd man, die eenmaal schreef, dat hij het publiek verachtte, tot zulke middelen de toevlugt moet nemen om in zijn bestaan te voorzien.”

De Tijd, 1880:  “Omtrent een door Multatuli te Veendam gehouden spreekbeurt, lezen wij in de Nieuwe Gron. Ct. de volgende bijzonderheden:

Spreker leverde Vrijdag-avond in ‘t Hotel De Leeuw eene causerie (…) In de pauze verwijderde Multatuli zich, en de heeren staken een sigaar aan, liepen eens door de zaal om dezen en genen aan te spreken, wat men in de pauze hier altijd doet. Na eenigen tijd verschijnt M., en — nauwelijks binnen de deur — ontvloeien den bitter gegriefde de woorden: “Ik spreek niet weer dezen avond; de entree kan bij de deur teruggevraagd worden; ‘t schijnt hier wel een café-chantant, een kroeg te zijn, enz.” De groote man verdwijnt. Tableau! (…)

Dit staaltje van buitensporige eigenwaan teekent den godloochenaar, die eens schreef, dat hij het publiek verachtte. Intusschen kan men er op rekenen, dat Multatuli nog op tal van andere plaatsen menschen zal vinden, die genegen zijn om naar zijn onzinnige potpourris te luisteren, en daarenboven nog de kans willen beloopen, om zich op weinig geniale manier te laten afjakkeren.”

Bronnen

Betty De Shong Meador. Enheduanna. The first known author. American Translators Association. Alexandra, Virginia, USA., [s.a].
www.atanet.org/publications/beacons_10_pages/page_15.pdf
Multatuli: www.multatuli-museum.nl

(via www.delpher.nl):
Nederland. Java-Bode, 24-02-1869
Binnenland. Provinciale Drentsche en Asser Courant, 19-02-1878
Uit de Groninger Veenkoloniën. Leeuwarder Courant, 01-04-1879
Binnenland. De Tijd, 26-02-1880.

Continue reading

Posted in Algemeen literair nieuws, Algemeen poëzienieuws | Leave a comment

Herfstschrift 1987

In november 1987 vond te Groningen de 8ste editie van het literatuurfestival Herfstschrift plaats. Het festival trok dat jaar zo’n 2000 bezoekers, die een week lang ondergedompeld werden in een warm bad van lezingen, voordrachten, tafelgesprekken en zang.

Er gebeurde toen één ding dat na al die jaren heel frappant blijft: voor een Surinaamse avond waren meerdere auteurs van Surinaamse afkomst gevraagd. Eén van hen maakte, toen alle namen beklend waren, bezwaar tegen de aanwezigheid van één van de anderen. Diens uitnodiging werd vervolgens ingetrokken.

Destijds wekte dat enige verbazing, maar nu, nadat de ‘ontnodigde’ al jarenlang een rare oorlog voert tegen weer anderen, kan de ‘ontnodiging’ op toch wel enig begrip rekenen.

Hoe het ook zij, zie Herfstschrift 1987 voor meer over het festival.
Continue reading

Posted in Curiosa | Leave a comment

Herfstschrift 1988

herfstschrift_1988Bijna dertig jaar geleden, van 6 tot en met 12 november 1988 vond in Groningen het literatuurfestival Herfstschrift plaats. De openingsavond, waarbij Annie M.G. Schmidt  de publieksprijs van de stichting CPNB (à 15.000 gulden) in ontvangst nam, was live op de landelijke televisie te zien. Het festival trok circa 1750 betalende bezoekers en kende enkele gedenkwaardige avonden, zoals de slotavond met Jan Wolkers, een programma met Neder-Saksische en Friestalige dichters onder leiding van Marga Kool (met o.a. Gré van der Veen), en een dichterstreffen, waarbij de toen 28-jarige Marc Reugebrink en de 24-jarige Joost Zwagerman elkaar in de haren vlogen, terwijl Elma van Haren, Rogi Wieg en het publiek geamuseerd toekeken.

Nu zijn in bovenstaande alinea alle* vrouwen genoemd, die op dit festival optraden. Vier, naast ruim dertig* mannelijke poëten, prozaïsten, journalisten, historici en andere scribenten.  En dat was toch opvallend weinig – zeker als je bedenkt dat al in 1987 de eerste De Nieuwe Wilden-bloemlezing was verschenen, waarin gepleit werd voor meer vrouwen in de literatuur.

Hoe het ook zij, klik op: Herfstschrift 1988 voor meer informatie over dat festival, de 9de editie in de reeks Zomerschrift-Herfstschrift-Winterschrift-festivals (1980-1999).

* Althans, de namen die opduiken in de besprekingen.
Continue reading

Posted in Uncategorized | Leave a comment

25 jaar uitgeverij Passage

zz_pssg_100Afgelopen zondag werd in Groningen het 25-jarig bestaan van uitgeverij Passage gevierd. Dat ging gepaard met de presentatie van de glossy bloemlezing PSSG, waaraan veel auteurs uit de Passagestal – ook zij die later verhuisd zijn naar andere uitgeefhuizen – meegewerkt hebben. Het boek beleeft vrijdag 28 oktober 2016 de publiekspresentatie in Boekhandel van der Velde aan het A-Kerkhof in het pronkjewail in golden raand, oftewel Groningen-stad. Aanvang 16.00 uur.

Details betreffende het boek: PSSG. 25 jaar uitgeverij Passage. Samenstelling en eindredactie Anton Brand en Lupko Ellen. Passage, Groningen, 2016. 144p.
Zie ook: www.nederlandsepoezie.org/jl/2016/zz_pssg.html
En dit kort, 140 foto’s tellend verslag van de feestelijke viering, afgelopen zondag:
stormblast1953.blogspot.nl/2016/10/25-jaar-uitgeverij-passage.html

Continue reading

Posted in Algemeen poëzienieuws, Bloemlezingen | Leave a comment

Poëziefestivals en -manifestaties vóór 1966

roeptoeter_helmondVaak wordt gesteld dat het eerste dichtfestival in het Nederlandse taalgebied Poëzie in Carré was, 28 februari 1966. Dit berust op geroeptoeter: poëziefestivals konden al geruime tijd vóór 1966 bezocht worden. Oudere dichters en poëzieliefhebbers koesteren nog steeds vreugdevolle herinneringen aan het legendarische tweedaagse dichtfestival De Vlaamse Poëziedagen, dat vanaf 1937 tot medio jaren vijftig jaarlijks op wisselende plaatsen in Vlaanderen gehouden werd. Bekende Vlaamse én Nederlandse dichters ‘lazen’ er uit eigen werk, voor een publiek van honderden mensen (in het Letterenhuis Antwerpen bevindt zich een rijke collectie aan online te bekijken foto’s van de festivaledities).

En Poëzie in Carré (1966) was in meer opzichten niet uniek. Zo werd op zondagmorgen 20 maart 1932 dit programma in het Amsterdamse circustheater gepresenteerd: Zondagmorgen in Carré. Revolutionnaire Poëzie. Hierbij traden weliswaar geen dichters op, maar een inleider en een declamator, die gedichten van onder meer Gorter, Henriëtte Roland Holst en Jef Last bespraken en ten gehore brachten.

Maar Carré was ook in 1932 niet bepaald vooruitlopend met literatuur-op-de-planken. Zo organiseerde warenhuis De Bijenkorf al in 1930 in zijn kantine een ‘litteraire avond’, waarbij vier bekende auteurs uit eigen werk voordroegen. Een van hen, A. den Doolaard, bracht daarbij poëzie. En twee jaar eerder werd een drukbezochte dichtersavond elders in Amsterdam gehouden, waar een hele batterij socialistische (en destijds zeer bekende) dichters met hun gedichten optraden, te weten Jan W. Jacobs, Frits Tingen, Jef Last, S. Bonn, Freek van Leeuwen en David de Jong Jr.

Was Poëzie in Carré (1966) dan het eerste ‘moderne’ poëziefestival? Niet bepaald – want neem dit, in 1954:

Tien jaar Podium. Amsterdam, 22 mei 1954

“Een feest van Jazz, wijn en experimentele poëzie”, aldus beschreef het Algemeen Handelsblad dit feest, dat tot diep in de vroege ochtend doorging. “Naar inhoud en publiek een culminatie en concentratie.” (…) “De “Vijftigers” en de Jazzfans hadden de ouderwetse ruimten aan de roemruchte Nes veroverd en lieten deze in het nuchter ochtendlicht in ietwat schilderachtig ontredderde staat niet aan exploitant en werksters over dan na het manend optreden van een klein leger dienaren der wet.”

Locatie: De Brakke Grond, Nes. Feestelijke bijeenkomst in verband met het tienjarig bestaan van het literaire tijdschrift Podium. Met voordrachten van Remco Campert, Jan G. Elburg, W.F. Hermans, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Sybren Polet en Bert Schierbeek, ingeleid door Gerrit Borgers. Muziek: The New Orleans Seven, Het Hera Boptet, guitarist Pieter van der Staak en zangeres Elise van Gasteren-Menagée Challa, The Canal Street Jazzband.

Meer over poëziefestivals, litteraire soirées, dichtersavonden, poëziefeesten (1900-nu), etc. op: Poëzie op Podia, een prille NPE-afdeling. Vooralsnog met de nadruk op poëziemanifestaties in stad en provincie Groningen, met interessante bijvangsten uit de rest van het taalgebied.

Bron illustratie: site Gemeente Helmond.

Continue reading

Posted in Algemeen poëzienieuws | Leave a comment