Nog meer Groninger dichters!

franssens_zuiderkerkhof_1Inmiddels voltooid: de lemma’s van de mysterieuze dichter/landverhuizersagent J.B.F. Koets (1826-1906); de eens zo actieve Han Grüschke (1934) – met als bijvangst een radiodocumentaire uit 1985 over en voordracht van Belcampo (1902-1990);  de spraakmakende Jean-Paul Franssens (1938-2003) en de eens zo veelbelovende Willem Bulder (1937-2000), die na een hersenbloeding, medio jaren tachtig, als dichter stil viel.

Bijvangst bij Bulder was dit opmerkelijke NRC Handelsbladartikel (dd. 22 juli 1985) van Maarten Huygen, waarin vier Groninger dichters ‘geportretteerd’ worden:

(…) Telkens als hij „De Drie Gezusters” binnentreedt, kan hij zijn oude drinkmaten niet passeren. Ze eisen zijn gezelschap. De vaste kroeggangers blijken elkaar goed te kennen, ze behoren tot een soort circuit. Ook als Leo eens een ander café bezoekt, duiken ze weer op, als vaste entourage van het Groningse nachtleven.

Ze houden van drank. Dat is te zien aan hun vaak bleke gelaatskleur en waterige oogjes die bij het schemerdonker van de kroeg minder opvallen dan in het harde daglicht. En ze houden van hardop dromen. De meesten van hen geven zich uit voor dichter. Soms declameren ze hardop de gedichten die ze ‘s middags in hun slordige zolderkamertjes hebben geconcipieerd. Willem Bulder is een statige, lange man met het Indisch uiterlijk en het snorretje van Salvador Dali. „Houdt van randridders en gekke mejuffrouwen”, staat er achterop zijn bij de plaatselijke uitgeverij Holmsterland uitgebrachte „Bulderbundel”.

Ex-postbode en collegadichter Cees Verhoeff [= Kees van der Hoef] heeft altijd een platte pet op en een leren jas aan. Hij leeft nog in de Provotijd die volgens de overlevering in Groningen vroeger is uitgebroken dan in Amsterdam. “Gij zijt de enige wiens talenten groter nog zijn dan uw dorst”, heeft een plaatselijk dichter over hem geschreven. De drank maakt hem tegelijk dichterlijk en moeilijk toegankelijk.

(…) Eén van de heren dichters kampt met psoriasis. Na nachtenlang overleg in kroegen besluit hij [= Petrus Hoosemans] naar Spanje te gaan om zijn schilferige ledematen daar aan de geneeskracht van de zon bloot te stellen. Helaas kan hij zijn levensritme in Spanje niet veranderen. De Rioja houdt hem nachtenlang op, pas tegen de middag kruipt hij uit zijn bed, wanneer de zon al bijna ondergaat en zieker dan voor zijn vertrek keert hij terug.

Majakovski Koning van de nacht is Jan Pieter, alias Jean-Pierre Rawie, de Winschotense domineeszoon, die in zijn Majakovski-outfit — stok met zilveren knop, flambard en lange zwarte mantel — over de Grote Markt fladdert. Hij heeft het gezicht van een musketier, enigszins pafferig en geaccentueerd met een dun snorretje en een sik. Alleen de sabel ontbreekt. (…)


——————————————
Dit bericht is onderdeel van de

Nederlandse Poëzie Encyclopedie
Geplaagd door geldoverlast? Adopteer een dichter!
Partners: Poëziecentrum Gent | Ensafh | Neder-L |
Poëziecentrum Nederland | Perdu |  Poëzieweek |
paukeslag_200
– www.paukeslag.org

Poëzieactiviteiten bezoeken of aanmelden? Zie:  De Poëziekalender

Dit bericht is mede mogelijk gemaakt door:      lira_fonds_100

—————————————-

Overnachten  bij Berlijn? Das  Haus!

 

This entry was posted in Nieuwe NPE-lemma's. Bookmark the permalink.

Comments are closed.