Literaire voordrachten in de 19de eeuw: “Lezingen aanhooren is nog altijd een Nederlandsch wintervermaak”

Dat gedurende de gehele 20ste eeuw Nederlandse en Vlaamse dichters en prozaïsten op de planken stonden en hun geesteskinderen voordroegen is een hard historisch gegeven. Dat dit eerst vanaf 1966 geschiedde berust op een door een gebrek aan historisch benul veroorzaakt misverstand.

Op de NPE-afdeling ‘Poëzie op podia‘ is te zien welke poëten waar – en soms ook hoe – in de 20ste en 21ste eeuw uit eigen werk voordroegen, en welke declamatoren destijds andermans verzen te gelde maakten.

Het publiekelijk voordragen van poëzie en andere literaire werken begon natuurlijk niet op 1 januari 1900. We weten dat er in de klassieke tijd poëzie werd voorgedragen. Daarin hadden de Grieken en Romeinen geen primeur: hoewel concreet bewijs ontbreekt, kan gesteld worden dat poëzievoordracht even oud is als poëzie zelf – de geboortedatum zal ergens in de prehistorie liggen.

fragment_dichtregels_enheduannaOp de afbeelding links een fragment van een kleitablet met dichtregels toegeschreven aan de Sumerische dichteres Enheduanna, de eerst met naam bekende dichteres uit de geschiedenis. Zij leefde omstreeks 2300 voor Christus. Of ze dit gedicht vanaf het tablet voordroeg of uit het hoofd is onbekend – maar dit terzijde.

 

 

Wintervermaak

Voor voordrachten in de 19de eeuw is evenwel héél veel hard bewijs voorhanden. Zoals dit bericht, uit de Java-Bode van 24 februari 1869:

“Lezingen aanhooren is nog altijd een Nederlandsch wintervermaak. Cremer [J.J. Cremer, 1827-1880] leest zijn Anna-Rooze voor; Van Beers [Jan van Beers, 1821-1888] geeft eene novelle in verzen, getiteld Begga, een verhaal uit het vlaamsche volksleven, dat gaarne gehoord wordt; Beets [Nicolaas Beets, [1814- 1903] plukt lauweren van zijne verhandeling over Van Lennep ; Ten Kate [J.J.L. ten Kate, 1819-1889] reist met zijn “Planeten” rond; verzen, gemaakt van toespelingen op den mythologischen naam, op het uiterlijk voorkomen en op hetgeen de astronomie leert van verschillende hemelligchamen. Zaalberg [?-?] leest ook. Te Rotterdam en te Utrecht heeft hij maar een schaarsch gehoor gevonden. Multatuli [a.k.a. Eduard Douwes Dekker, 1820-1887], die al zoo veel te dragen heeft, draagt thans ook nog zijn dramatische fragmenten rond. Et voilà comme on s’amuse. De muziek levert weinig bijzonders dezen winter.

Multatuli

Over Multatuli gesproken: in 1878-1880 gaf hij tal van voordrachten, doorheen het land. Over hoe hij sprak en hoe hij zich tijdens voordrachten gedroeg, was de pers destijds niet altijd even amused:

[Over een voordracht te Amsterdam, 1878] “Stampvol was de ruime zaal van het Maison Wackwitz, toen gisteravond de heer Douwes Dekker als spreker optrad. Een uur te voren waren, zoo niet alle, toch zeer zeker de beste plaatsen bezet. (…) Spirit zat er heel weinig in de rede; ‘t was een hekelen om geld te slaan, ik betreur het zeer, dat een begaafd man, die eenmaal schreef, dat hij het publiek verachtte, tot zulke middelen de toevlugt moet nemen om in zijn bestaan te voorzien.”

De Tijd, 1880:  “Omtrent een door Multatuli te Veendam gehouden spreekbeurt, lezen wij in de Nieuwe Gron. Ct. de volgende bijzonderheden:

Spreker leverde Vrijdag-avond in ‘t Hotel De Leeuw eene causerie (…) In de pauze verwijderde Multatuli zich, en de heeren staken een sigaar aan, liepen eens door de zaal om dezen en genen aan te spreken, wat men in de pauze hier altijd doet. Na eenigen tijd verschijnt M., en — nauwelijks binnen de deur — ontvloeien den bitter gegriefde de woorden: “Ik spreek niet weer dezen avond; de entree kan bij de deur teruggevraagd worden; ‘t schijnt hier wel een café-chantant, een kroeg te zijn, enz.” De groote man verdwijnt. Tableau! (…)

Dit staaltje van buitensporige eigenwaan teekent den godloochenaar, die eens schreef, dat hij het publiek verachtte. Intusschen kan men er op rekenen, dat Multatuli nog op tal van andere plaatsen menschen zal vinden, die genegen zijn om naar zijn onzinnige potpourris te luisteren, en daarenboven nog de kans willen beloopen, om zich op weinig geniale manier te laten afjakkeren.”

Bronnen

Betty De Shong Meador. Enheduanna. The first known author. American Translators Association. Alexandra, Virginia, USA., [s.a].
www.atanet.org/publications/beacons_10_pages/page_15.pdf
Multatuli: www.multatuli-museum.nl

(via www.delpher.nl):
Nederland. Java-Bode, 24-02-1869
Binnenland. Provinciale Drentsche en Asser Courant, 19-02-1878
Uit de Groninger Veenkoloniën. Leeuwarder Courant, 01-04-1879
Binnenland. De Tijd, 26-02-1880.


——————————————
Dit bericht is onderdeel van de

Nederlandse Poëzie Encyclopedie
Geplaagd door geldoverlast? Doneer!
Partners: Poëziecentrum Gent | Ensafh | Neder-L |
Poëziecentrum Nederland | Perdu |  Poëzieweek |
paukeslag_200
– www.paukeslag.org

Poëzieactiviteiten bezoeken of aanmelden? Zie:  De Poëziekalender

Dit bericht is mede mogelijk gemaakt door:      lira_fonds_100

—————————————-

Overnachten  bij Berlijn? Das  Haus!

This entry was posted in Algemeen literair nieuws, Algemeen poëzienieuws. Bookmark the permalink.

Comments are closed.