Blauw Goud

Vorige week verscheen bij Nieuw Amsterdam, met de ondertitel De Amsterdamse grachten in gedichten, de bloemlezing Blauw Goud. Naast vijftien publieksinzendingen bevat de bundel maar liefst achtenzeventig gedichten, van evenveel dichters, met de grachten te Amster-
dam als thema en inspiratiebron. Het enkelvoudige onderwerp geeft een mooie gelegen-
heid om al die dichters te spiegelen aan het grachtwater én aan de verschillende benaderingen en resultaten van de collegadichters in deze.

Aan het begin van de vorige eeuw schreef een vroegere dichter:

zz_blauw_goud_npe
Zoo leek dat Amsterdam den hemel met zijn sterren
Gelijk een halve maan te vangen in haar schoot,
Zoo leek zij lucht en aard en water te versperren,
Zoo leek zij wel een zon die rondom stralen schoot
En heel de aarde met haar gulle goud verlichtte –
Maar de’ uitgestorten glans en schatten niet vergat,
En door haar poorten met verdubbelde gewichten
De oogsten binnenreed, die ze uitgeworpen had -;
En als zij ‘s avonds ‘t met haar klokken God wou loonen,
Strooide God nog zijn goud in hare grachten uit.

 

[C.S. Adama van Scheltema. Fragment uit de ‘Proloog’ van Amsterdam. Een wijs-
geerig leerdicht
 (Van Looy, Amsterdam, 1904; 2de druk 1920 alhier bij DBNL).]

 

—|————

This entry was posted in Algemeen poëzienieuws, Bloemlezingen, Nieuwe NPE-lemma's. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.