Vreemd onderzoek, goede conclusies

Door Bart FM Droog

Gisteren publiceerde oud-Vlaams Fonds voor de Letterendirecteur Carlo van Baelen het onderzoek 1 + 1 = zelden 2. Over grensverkeer in de Vlaams-Nederlandse literaire boekenmarkt‘. Hij deed dit onderzoek in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Belangrijkste conclusie: Vlaamse boeken en auteurs doen het doorgaans niet goed in Nederland en omgekeerd geldt min of meer het zelfde. Daar was op zich geen duur onderzoek voor nodig – want iedereen uit het boekenvak weet dit al jaren.
Echter – Van Baelens slotconclusie (waarover later meer) sluit direct aan op het streven van de NPE.

vraagtekenMaar eerst enige kritiek. Het onderzoek bevat vooral veel cijfermateriaal. Waarbij afgevraagd mag: hoe relevant zijn die cijfers? Wat is het nut om diepgaand te onderzoeken hoeveel recensies er in literaire tijdschriften verschenen – als het merendeel van die tijdschriften amper publiek weet te bereiken?

Waarom wel cijfers over een handvol Nederlandse landelijke dagbladen meenemen, terwijl de grootste partij in de dagbladsector – de regionale dagbladen – ongenoemd blijft? Want een recensie in één regionale krant wordt vaak door meerdere regionale bladen afgedrukt en heeft doorgaans een groter bereik dan een bespreking in de Volkskrant of het NRC Handelsblad.

Gek is ook dat veelal de basiscijfers ontbreken. Bijvoorbeeld wel cijfers van de ‘grensoverschrijdende’ verkoop en abonnementen van een handvol Vlaamse periodieken, maar niet het basis oplagecijfer per nummer. Gekker nog is dat wél een aantal vrij obscure bladen genoemd wordt, maar dat het grootste poëzietijdschrift, de Poëziekrant, ongenoemd blijft.  En bij de VSB-Poëzieprijs wél het aantal inzendingen in de periode 1993-2001 (circa 70 per jaar), maar niet het aantal daadwerkelijk verschenen bundels (waarschijnlijk het dubbele) vermeld staat.

Van Baelen meldt verder over de inzendingen voor deze prijs:  “(…) in totaal 631 bundels van 396 auteurs. Het bleek niet goed mogelijk om voor alle auteurs van de ingezonden bundels de herkomst, Nederland of Vlaanderen, vast te stellen. Daarom is slechts gekeken naar de genomineerde auteurs.”

Dit is toch wel ietwat vreemd te noemen. Via DBNL, Letterenhuis Antwerpen en in toenemende mate de NPE is zeer makkelijk vast te stellen welke dichters uit Vlaanderen dan wel Nederland afkomstig zijn.

Hoe het ook zij: Van Baelens slotconclusie onderschrijf ik voor 100%:

“Wat je ziet, kent, je wordt aanbevolen, bepaalt wat je kiest, leest, koopt. Zolang de informatie onvolledig, afschermend, scheefgetrokken is – ongeacht of dit gebeurt vanuit een bewuste strategie, om redenen van tijd of kosten, door gebrek aan kennis of door actieve vooringenomenheid – zal het keuzeproces ook onvolledig, tendentieus en onvolkomen zijn. Het resultaat is in de ogen van de beslisser wellicht optimaal, maar, bekeken vanuit alle beschikbare en vooral voor de beslisser onbekend gebleven alternatieven, een suboptimale beslissing.”

uitroepteken“Een verbetering van dit keuzeproces, door verbreding en verdieping van de informatie – wat de keuze tegelijkertijd veel complexer zal maken – moet dus vertrekken van een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van de ‘informatie’, zowel op korte termijn (media, mediatoren, beïnvloeders) als op lange termijn (onderwijs, instituten, permanente vorming).”

Dat laatste is namelijk precies wat op poëzievlak de NPE beoogt.

Enfin, lees het op:  http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/1+1=zelden2.pdf
————————————–

Dit bericht is onderdeel van de  Nederlandse Poëzie Encyclopedie
Geplaagd door geldoverlast? Adopteer een dichter!

Partners: Poëziecentrum Gent | Ensafh | Neder-L |
Poëziecentrum Nederland | Perdu |  Poëzieweek | 

Dit bericht is mede mogelijk gemaakt door:

      lira_fonds_100

This entry was posted in Algemeen literair nieuws, Opinie. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.